Leefomgeving

Een goede leefomgeving wordt gezien als een belangrijke voorwaarde voor gezondheid. De volgende thema's zijn daarbij van belang:

1. Beweegvriendelijkheid
2. Groen
3. Luchtkwaliteit
4. Geluid- en geurhinder (zie Onderwerp 'Geluid- en geurhinder')
5. Bodem
6. Veehouderijen
7. Industrie
8. Externe veiligheid
9. Hitte

Beweegvriendelijkheid

Lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en is gunstig voor de gezondheid. Regelmatig matig intensief bewegen, zoals fietsen of stevig wandelen, verlaagt het risico op hartziekten, diabetes, beroerte, depressie, botontkalking, dikke darmkanker en borstkanker. Intensief bewegen, zoals hardlopen, voetballen en tennis, bevordert bovendien de conditie van hart en longen. Om beweging te stimuleren, is een beweegvriendelijke omgeving belangrijk. Denk hierbij aan goede wandel- en fietspaden, buitenspeelruimte, openbaar groen en voorzieningen op loopafstand.

Groen

Een groene omgeving bevordert de gezondheid. In een groene omgeving voelt men zich gezonder en komen klachten over angst en depressie en hart- en vaatziekten minder voor. Bovendien nodigt groen uit tot bewegen. Groen kan ook indirect bijdragen aan gezondheid, door schaduw en bescherming tegen de wind te bieden. Ook heeft groen een isolerende werking. Dit draagt o.a. bij aan minder hitteoverlast. Bepaalde groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met een lage sociaaleconomische status, profiteren meer van groen in hun omgeving. Dit komt mogelijk doordat zij gemiddeld meer tijd doorbrengen in hun directe woonomgeving.

Luchtkwaliteit

Ongeveer 5% van de ziektelast in Nederland wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging leidt o.a. tot hoesten en/of benauwdheid, hart- en vaatziekten, een verminderende longfunctie of zelfs vroegtijdige sterfte. In Nederland zijn veehouderij en verkeer de belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging. Luchtverontreiniging door veehouderij wordt meestal gemeten met de concentratie fijnstof (PM10). Bij verkeer wordt voornamelijk gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2) en roet (EC). De belangrijkste luchtkwaliteitsnormen in Nederland zijn opgesteld voor fijnstof en stikstofdioxide (NO2). Inademing van lagere concentraties kan echter ook al leiden tot gezondheidseffecten. Voor roet bestaat geen wettelijke norm.

Bodem

Bodemverontreiniging kan leiden tot gezondheidsrisico’s. Bewoners lopen risico als zij verontreinigde grond inslikken (dit komt met name voor bij kinderen of bij tuinieren), gewassen eten die zijn geteeld op een verontreinigde bodem of vluchtige stoffen inademen afkomstig uit de verontreinigde bodem. Andere manieren om risico te lopen komen minder vaak voor, zoals het drinken van verontreinigd water, huidopname door direct contact en het gebruik van verontreinigd grondwater, bijvoorbeeld als sproeiwater voor de (moes)tuin.

Veehouderijen

De gezondheidsrisico’s voor omwonenden van veehouderijen hangen samen met luchtverontreiniging en geurhinder. Fijnstof dat vrijkomt door vee kan leiden tot luchtwegklachten. Verder kan geurbelasting leiden tot (ernstige) hinder en gezondheidsklachten, zoals misselijkheid en hoofdpijn. Ook is er een kans dat de dieren in de veehouderijen besmet worden met infectieziekten die ook besmettelijk zijn voor mensen (zoönosen). Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat in vee-dichte gebieden meer astma en longontsteking voorkomt, en dat COPD-patiënten vaker en ernstiger gezondheidsproblemen hebben.

Industrie

Gezondheidseffecten van industrie komen voort uit luchtverontreiniging of geur- en geluidshinder.

  • Lucht: bedrijven die giftige stoffen uitstoten, zorgen vaak voor onrust in de omgeving, zelfs als aan de normen wordt voldaan.
  • Geur: het belangrijkste gevolg van niet-agrarische bedrijven is geurhinder. Geurhinder kan leiden tot allerlei reacties, variërend van het sluiten van ramen en deuren tot sociaal isolement.
  • Geluid: het horen van geluid door industrie kan leiden tot  geluidshinder, slaapverstoring, verhoging bloeddruk en in het ernstigste geval hart- en vaatziekten.

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat om het voorkomen van slachtoffers tijdens een incident en het tegengaan van gevoelens van onveiligheid (sociale veiligheid). Het stimuleren van de externe veiligheid in de leefomgeving is een belangrijk gezondheidsaspect. Tijdens de productie, opslag, verwerking en transport van gevaarlijke stoffen, kunnen ongevallen zich voordoen. Effecten hiervan kunnen groot zijn, zoals verwonding, vergiftiging en sterfte. Sociale (on)veiligheid gaat om criminaliteit, overlast en onveiligheidsbeleving. Voorbeelden zijn ordeverstoring en diefstal, maar ook rondslingerend afval en hangjongeren. Sociale veiligheid draagt bij aan gezondheid: als een buurt veiliger aanvoelt, gaan mensen o.a. meer naar buiten en bewegen zij meer.

Hitte

Blootstelling aan hitte vormt een bedreiging voor de gezondheid. Gezondheidseffecten van hitte variëren van vermoeidheid en hoofdpijn, tot  ademhalingsproblemen en ernstige aandoeningen als hartfalen. Er zijn ook indirecte effecten van hitte op de gezondheid, bijvoorbeeld door toename van infectieziekten door veranderingen in het klimaat. Gezondheidseffecten door hitte komen met name voor bij kwetsbare groepen, zoals  baby’s, ouderen of mensen een lage sociaaleconomische status. Deze groepen hebben vaak al een hoge ziektelast of zwakkere gezondheid. De temperatuur in een buurt kan onder andere worden beïnvloed door de hoeveelheid groen, water en bebouwing.

 

Bronnen

  • Hegger C
  • GGD-richtlijn medische milieukunde, Gezondheidsrisico bodemverontreiniging